Curriculum

Willem Contact Genealogie Jeugd Werk Affiliaties Projecten Publicaties Exposities Mijn mening over "kunst"

homepage


Willem

Naam: Fermont, Dr.
Voornamen: Wilhelmus Johannes Joseph (Willem)
Geboren: Roermond, 11 September, 1947
Nationaliteit: Nederlandse
Status: Gehuwd met Josje Fermont-Rohde, twee kinderen, dochter Alice (partner Harrie) en twee kleinkinderen, Daan en Maren, zoon Niels (partner Ellen), hond Sarah en 3 kippen (voorheen 4)

Terug

 


Contact

Naam: Willem Fermont
Adres Grijzegrubben 94
Postcode 6361 GN
Plaats Nuth
Land Nederland
Tel Tel.: 0031 (0) 45-5244754
Mobiel 06-28527640
E-mail info@willemfermont.nl, willemfermont@gmail.com
websites www.willemfermont.nl
   

Terug

 

Genealogie

De Fermonts uit Roermond vormen een spraakmakende familie, soms buitengewoon hilarisch, soms buitengewoon agressief, soms buitengewoon treurig. En vaak ook buitengewoon gewoon. De eerste Roermondse Fermont, voorzover na te gaan, Joseph, kwam op 19 Frimaire XIII ( Napoleontische tijd, 10 dec. 1804) ter wereld als buitenechtelijk kind in een armoedige wijk in Maastricht - de Rue de la Vache Volante - de straat van de Vliegende Koe, een foute vertaling door de Franse bezetters van de Kwadevliegenstraat. Op 24-jarige leeftijd trouwde Joseph in Roermond met Marie Elisabeth Cleijn en werd zodoende de stamvader van de oer-Roermondse familie Fermont ( zie genealogie). Uiteraard verdwenen de vele nakomelingen van dochters die huwden met niet-naamgenoten uit beeld. De beeldbepalende Fermonts waren bepaald geen makkelijke mensen. Maar dat kan voor meer families uit die periode en dezelfde sociale onderlaag gezegd worden. Roermond was een stad van rangen en standen. In de straat waar ik woonde kwamen klinkende namen voor als Schaeffer, Selder, Balendonk, Lutgens, Dörenberg, en vele anderen, die bijdroegen aan de kleur van de sociale onderklasse. De Fermonts leefden voornamelijk in deze eenvoudige sociale klassen, waar armoe troef was en het straatleven bloeide. Oorspronkelijk speelde een en ander zich af in het stadscentrum van Roermond, later voornamelijk in het Vrije Veld, een woonwijk die in de dertiger jaren van de 20ste eeuw vorm kreeg en gedeeltelijk bedoeld was om de binnenstad te ontlasten van asociale elementen!

Het kleurrijke deel van hun geschiedenis kan met name aan de hand van strafdossiers en rapporten uit armenhuizen worden gereconstrueerd. Toch waren het maar enkele Fermonts die hoofdzakelijk bijdroegen tot hun reputatie. Zo werd Johannes Fermont (1864-1940), zoon van mijn bet-overgrootvader, met de bijnaam de Kerp, en van beroep orgeldraaier, ongeveer 30 keer veroordeeld wegens ordeverstoring, ruzies, militaire insubordinaties, verzet tegen het openbare gezag, diefstal en openbare dronkenschap. De eerste veroordeling volgde in 1879 op 15-jarige leeftijd wegens diefstal van aardappels. In de loop van de 20ste eeuw ontstaan er - naast minder gelukkig bedeelden - vele nazaten die op min of meer succesvolle wijze door het leven gaan. Zaalvoetbalclub Fermonia (zie info Fermonia) met Dave, John en Danny Fermont als respectievelijk trainer, coach en speler, was vele malen landskampioen in de hoogste divisies. De Harryjo's, gebroeders Harry, Jo en Jan Fermont, boekten op jeugdige leeftijd daverende successen met hun twee accordions en drum trio. Ondergetekende vond zijn weg in wetenschap, kunst en cultuur. Van de jongere generaties vonden velen hun weg tot op HBO en academish niveau.


Joost Seelen van Zuidenwind Producties ( zuidenwind.nl ) maakte een documentaire over de Fermonts: “ Roermondse adel, een familie-epos”, Deze ging in 2003 op het IDFA in Amsterdam in première. ( http://www.zuidenwind.nl/films/?taal=nl&type=1&id=32 ).Daarna werd de film nog diverse malen uitgezonden via regionale en landelijke zenders.
Op kleurrijke wijze wordt inkijk gegeven in een sociale groepering die zich van generatie op generatie staande hield.


Uit die omgeving kwam een jochie voort, geboren in de probleemwijk het Roermondse Veld, vooreerst schuchter, kwetsbaar, maar tegelijk ook eigenzinnig, fantasierijk, voorzien van ontzettend grote tenen en niet al te dom.

Terug

 

Jeugd

Ik werd vlak na de oorlog (1947) als derde kind geboren in een gezin,dat getekend werd door de directe gevolgen van de oorlog. Armoe, zware oorlogsjaren, maar tegelijkertijd ook een gezin waar de zorg voor de kinderen voorop stond. In het volksbuurtje Het Roermondse Veld leerde mijn vader me als 5-jarig kind houtbewerken. De meisjes- en jongenswereld was in het katholieke Limburg streng gescheiden maar in de "dranghekken" zaten vele scheuren en gaten, die het bestaan reeds op zeer jeugdige leeftijd spannend en verwarrend maakten.
De eerste cultuurschok was op elfjarige leeftijd toen het hoofd van de nu gesloopte R.K. Aloysiusschool, in het Roermondse Veld tegenover de H.Hart Kerk, meneer Dirkx, in de wandeling "de Plaat" genoemd vanwege zijn kale schedel, mij naar het Bisschoppelijk College, de HBS, stuurde. Dat was een zeldzaam verschijnsel in de omgeving waar ik in de 50-er jaren opgroeide. Nog zeldzamer was dat ik de school afmaakte, ondanks mijn grondige hekel aan leren en een volstrekt onvermogen om me te concentreren op zaken waar ik geen zin in had. Het was een merkwaardige ervaring om in kleren, via de armenzorg in een klas te zitten, met mensen uit geheel andere leefwerelden, zoals bijvoorbeeld Huib Luns, de zoon van de later secretaris generaal van de NAVO, en velen uit elitair Katholiek Nederland, samenhokkend in het internaat van het Bisschoppelijk College. De internen werden "Kippen" genoemd.
De tweede schok volgde toen ik op zeventienjarige leeftijd na het eindexamen chemie ging studeren in Utrecht. De schok was niet zozeer het studieonderwerp als wel de sociale omgeving. Studenten in Utrecht aten met mes en vork en menigeen had een aardappel in zijn keel! Ik leerde razendsnel. Het besluit om naar Utrecht te gaan kwam overigens totaal onverwacht en ondoordacht. Het was een typische onderbuikreactie, op de vraag van de klasseleraar wat iedereen in de klas van plan was. Nooit over nagedacht. Het werd in 50 milliseconden Chemie. In Utrecht. Vanwege de mij zeer welgezinde klasseleraar, tevens scheikundeleraar, Haas, en omdat nog niemand dat gekozen had. Zo vertrok ik vlak voor mijn 18de verjaardag naar Utrecht. Met een beurs van €1750 per jaar (3850 gulden), een koffertje, een fiets die enkele weken later gestolen werd, en een door mijn grootvader geritseld driedelig streepjespak van de armenzorg. Het pak zou tijdens de ontgroening ten onder gaan in smurrie, verschaald bier en braaksel. De straat zwaaide me na, ik was onwetend, zij vol ongeloof. Drie keer per jaar was ik even schatrijk. (Bio-)chemie draaide na een paar jaar op niks uit. Aanpassingsproblemen. Wat ik er van over hield was een basale vertrouwdheid met de typische Bètavakken –wiskunde, chemie, atoomfysica, kwantummechanica, elementaire deeltjes, enzovoorts. De ontdekking van de DNA-helix was het nieuws van de dag. Het zou me allemaal later van pas komen. Op zeker moment zwaaide ik om naar geologie, omdat een paar vriendjes, Toine Wonders en Anne van de Weerd, altijd buitenlandse veldwerken deden. Spanje, Griekenland, Marokko, Frankrijk. Italië. Pure romantiek. Dit was het begin van een mondiale verkenningstocht. Eerst Europa, met veldwerken en projecten in Frankrijk, Italie, Spanje, Duitsland, Israel, later over de hele wereld. Maar mijn beurs, die wonderlijke reddingsboei voor mensen als ik was ik wel even kwijt. Een stoet vriendinnen trok voorbij maar ik was een relationele hark, met overigens warme herinneringen aan de meeste. In 1970 leerde ik mijn toekomstige levenspartner Josje kennen. Ze kwam me achterna toen ik voor drie maanden naar Spanje vertrok met geleend geld van haar ouders. Overigens wel terugbetaald. In Campoamor, toen een net nieuw gebouwde nederzetting vlak bij Torrevieja, bridgete ik veelal met bejaarden die daar overwinterden. Een van de dames was nog geboren in Walden, de commune van Frederik van Eeden. Ze vertelde dat ze haar vader nooit had gekend. Ik had weinig op met de kust, meer het binnenland. Daar trekt mijn hart nog steeds naar toe. We zijn 17 december 2011 40 jaar getrouwd. Dat vierden we op Cyprus met de hele familie . Nu (2015) volgen Josje en ik een cursus Spaans.

vlnr: Willem, Harry, Alice, Maren, Ellen, Niels, Daan, Josje

Terug

Werk

Ik had talloze kleine baantjes op Limburgse steen- en pannen- en grèsbuizenfabrieken in Reuver, Helden-Panningen, Swalmen, de eiermijn in Roermond, in de horeca (kasteel Oudaen, Utrecht), tuinbouw, werkte als tijdelijke kracht bij de Raak in Vleuten, Johnson Wax in Mijdrecht, Hero in Breda, colportage voor stomerij Domstad in Utrecht. Ik verbleef drie maanden als metaalbewerker bij Rheinstahl Eggers Kehrhan in Hamburg, midden tussen de gastarbeiders uit Turkije, Joegoslavië, Italië en Polen, was een beetje stiekeme documentalist bij de Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie in Utrecht wat goed zwart geld opleverde, doceerde aardrijkskunde als derdegraads onbevoegd leraar op de Aloysiusschool voor MAVO in Hilversum, maar wel met de verantwoording voor eindexamenklassen, was practicumbegeleider voor biologen, docent aardwetenschappen en geologisch onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht. Mijn afstudeerproject was een veldonderzoek in de teen van Calabrie, het armste deel van Italië, waar ik een half jaar in het geisoleerde bergdorpje Simeri Simeri verbleef en vele ontroerende, en ook eenzame momenten in mijn leven doormaakte. Een van mijn beste vrienden was de werkloze Mimo, met een aangeboren hazelip en zwak begaafd. Ik sprak in die tijd goed Italiaans, maar de moeizame conversatie met Mimo, in het zangerig slepende Calabrees was min of meer beperkt tot: "Dove vai oggi, Guliermo" en "Andiamo". Op een dag waren we samen het bergcomplex van de Sila ingereden om te ontsnappen uit de snikhete kustgebieden. In de verte lag de Middellandse Zee waar Mimo, weids zwaaiend met zijn arm zijn droom uitsprak: "Un Giorno, Guliermo, vado in America". De droom van alle Italianen. Mimo zou nooit wegkomen uit Simeri Simeri. Hij wilde altijd met me mee op veldwerk. Ik promoveerde tenslotte als micropaleontoloog op evolutietheorie - "Discocyclinidae van Ein Avedat", een onderwerp waar misschien 5 mensen op de hele planeet verstand van hadden en, belangrijker, waar niemand behalve ikzelf, wakker van lag. Voor veldwerk vertrok ik regelmatig naar de Negev-woestijn op de grens van Israël en Egypte in Sde Boker vlak bij het graf van Ben Gurion en enkele kilometers ten zuidwesten van Dimona, waar dromedarissen vredig graasden naast de kerncentrale. Schaduw was er alleen in de En AvedatCanyon, waar ik ook het grootste deel van mijn Eocene gesteentemonsters verzamelde, regelmatig in gezelschap van gemsen die hier het enige water uit de weide omgeving wisten te vinden, of straaljagers van de Israëlische luchtmacht die hier oefenden in het onder de horizon vliegen, en vaak lager vlogen dan ik zelf. Mijn hoogleraar, Professor Cor Drooger – in de wandeling Ome Knor, die later geheel verzuurde, zal ik eeuwig dankbaar zijn voor de genadeloze wijze, waarop hij me zelfdiscipline bijbracht. Ik bezocht hem, samen met mijn vrouw Josje, bijna 25 jaar na dato nog steeds elk jaar rond de jaarwisseling. Een ontroerend weerzien met hem en zijn vrouw Tine. Beiden zijn intussen overleden. Zijn laatste jaar verliep in grote eenzaamheid en verwarring.

Evolutie is nog steeds mijn grote fascinatie. Alles evolueert. Alles is in beweging. Nergens is het begrip tijd zo tastbaar en tegelijk ongrijpbaar als in de geologie. Deze opleiding heeft me mede gevormd voor mijn latere leven als kunstenaar. Bovendien werd ik onsterfelijk doordat een fossiele vertegenwoordige van de Discocyclinidae later naar mij vernoemd werd: Asterophragmina fermontii. Ik heb het artikel gezien tijdens een bezoek bij mijn hoogleraar, maar het later nooit meer teruggevonden. Google laat het hier afweten.

Ik werkte als geoloog in diverse betrekkingen, eerst als paleontoloog in de Carboon fauna, later als koolpetrograaf voor steenkoolonderzoek in Limburg voor het Geologisch Bureau in Heerlen. De Carboonfauna was niet mijn ding. Het kwam er ongeveer op neer dat je twee typen ostracoden moest kunnen onderscheiden, met bult en zonder bult. Maar ze werden weinig aangetroffen en er was bovendien een geologisch assistent die dat uitstekend kon. Het was niet echt een wenkend perspectief. Ik was enige jaren gedetacheerd bij de Steenkolenbank in Eygelshoven voor de begeleiding van een Europees onderzoek naar de eigenschappen van kolen -als zodanig wetenschappelijk hekkensluiter op het gebied van steenkoolonderzoek in Nederland, 20 jaar na de laatste mijnsluitingen. Van het hoofd van het Geologisch Bureau, Theo Krans, kreeg ik alle ruimte voor initiatief. Het laboratorium waar ik leiding aan gaf werd uit- en omgebouwd naar fundamenteel olie- en gasonderzoek met name aan olie- en gasmoedergesteenten, later ook aan vloeibare koolwaterstoffen. Eerst voor de Rijks Geologische Dienst, later TNO. Er was veel samenwerking in Nederland en daarbuiten. Multidimensionale modelstudies voor olie- en gasgeneratie vormden een belangrijk onderdeel. Er kwamen promovendi uit Nederland, Duitsland, China. En reizen dat het een lust was. Maar de hoofddirectie wilde van de Heerlense vestiging af. Een jarenlange strijd was het gevolg, een strijd die we voorlopig wonnen. Het resultaat was mede groen licht voor de verdere realisatie van een schitterend laboratorium. Een Pyrrusoverwinning, zoals later zou blijken. (Geologisch Bureau, 1995, laboratorium)

Een derde cultuursunami deed zich voor in 1997. De agressieve pogingen van de directie van de Rijks geologische Dienst om het Geologisch Bureau op te heffen, werden met steun van de Limburgse politici (Wöltgens, Huys, Kockelkorn, Pleumeekers, van der Linden, van Rey, etc.) verijdeld, omdat het Geologisch Bureau onder het spreidingsbeleid viel en het dus niet aan ambtenaren was om dergelijke besluitvoering terug te draaien. Mede daardoor kwam er een convenant om de Limburgse overheidsdiensten onder een gezamenlijke paraplu te brengen. Dit zou gebeuren in en rond het CBS-gebouw. Het hielp niet. Jaar na jaar verdwenen honderden arbeidsplaatsen in overheidsdienst. Het zojuist door Rijksbouwmeester Jo Coenen gerestaureerde Oranje Nassau II-gebouw, voormalig hoofdkantoor van de Oranje Nassau II mijn in Heerlen werd op 11 september 1997 -mijn vijftigste verjaardag - geopend. Ik was hoofd van de onderzoeksafdeling op de bovenste verdieping. Prachtig, transparant glas, staal en een uitstekend geoutilleerd laboratorium (Organisch Geochemisch Laboratorium 1997). Intussen had de directie haar beleid van overrulen gewijzigd. Het restant dat hierin samentrok was 17 medewerkers van het Geologisch Bureau, 3 medewerkers van de regionaal zieltogende afdeling van Staatstoezicht op de Mijnen, een halve medewerker van de Domaniale mijn in Liquidatie. In een gebouw dat voor 12 miljoen gulden was gerenoveerd. We privatiseerden intussen net als zovele andere Rijksdiensten. We werden onderdeel van TNO en kansloos.

Zes weken na de officiële opening door TNO werd de sluiting van de vestiging in Heerlen alweer aangekondigd door hetzelfde TNO, de eerste grote daad nadat we geprivatiseerd waren. Orde en Chaos ten voeten uit. Op deze manier kon de winst uit het project Overname Rijks Geologische Dienst gemaximaliseerd worden. Het verschil met vroeger was dat nu dat de medewerkers van het hoofdkantoor in Haarlem, ook in een relatief nieuw gebouw gehuisvest, en al vele jaren overwegend voorstander van sluiting van de Heerlense restanten uit het mijnbouwverleden, nu in dezelfde onzekere positie terecht kwamen. Enkele maanden later restten van het laboratorium slechts een schamele hoeveelheid pijpleidingen en een leeg gebouw( zie afbraak lab). Die bocht kon ik niet maken en ik stapte op. Even speelde de mogelijkheid om het stationsgebouw van Maulusmühle in Noord Luxemburg op te kopen en een onrendabel hotel te beginnen. Het ontslag bij TNO, september 1998, viel vrijwel samen met mijn eerste expositie over multi-dimensionale objecten. Locatie: voormalig Hotel de Wereld in Wageningen, waar op 5 Mei 1945 de capitulatie van de Duitsers werd getekend. Ik ervoer deze bescheiden expositie ook als een bevrijding. Ik had een slag verloren maar voor mijn gevoel de oorlog gewonnen. Ik was intussen afgebrand. Ik werd kunstenaar. Al wist ik niet wat dat was. Nog steeds niet.

De vierde cultuurschok was een absoluut vrijwillige. Nadat ik een jaar had doorgebracht in mijn ateliers en mijn veren waren geschud, solliciteerde ik voor een prachtige positie bij het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden. Alhoewel ik de interim-managers aldaar had gewaarschuwd dat ik geen deskundige was tussen antropologen, Japanologen, Sinologen, sociologen, historici, ethografen, was, werd toch besloten dat ik de klus moest klaren. De interim managers waren - Albert Schipperijn, voormalig personeelsmanager bij de Shell en nu als zodanig in interimfunctie bij het RMV, en Lammert Leertouwer, voormalig Rector magnificus van Leiden als interim-manager hoofd Onderzoek. De laatste was mijn voorganger: interimhoofd sector Onderzoek. Beiden hadden reeds gezorgd dat er enige rust in huis kwam. De stormen konden hoge golven veroorzaken. Kunst (maar zie verderop) vormde een steeds wezenlijker onderdeel van mijn leven. Als hoofd Onderzoek van het RMV zou ik indringend geconfronteerd worden met intussen twee belangrijke aspecten in mijn leven: kunst en onderzoek. En met name het snijvlak van beiden. Maar ik werd ook geconfronteerd met het spanningsveld tussen management en inhoud. Als hoofd onderzoek was ik tevens lid van het Management team, precies de plek waar deze spanningen samenkwamen. Dat heb ik geweten! Van 1999 tot eind 2004 leidde ik de afdeling Onderzoek in het Rijksmuseum voor Volkenkunde (RMV) te Leiden. Hier vloeiden voor mij wetenschap, kunst en cultuur op natuurlijke wijze samen, als een onuitputtelijke bron van inspiratie. De dagelijkse confrontatie met realia – en de contextuele verankering daarvan – vormden een nieuwe en kleurrijke leerschool in mijn leven. De manier waarop conservatoren probeerden achterliggende begrippen en hun realia te integreren vormden een dankbare leerschool. Elk object herbergt een ongrijpbare realiteit, waaraan het zijn werkelijke betekenis ontleent. De aanschouwelijke realiteit wijkt langzaam voor de betekenis erachter. Ik was verbijsterd over de parallellen die men kan trekken tussen de beginselen van de kwantummechanica, de wetmatigheden in de etnologie, en de menswetenschappen in het algemeen. Maar nog indringender was de ervaring dat beeldvorming een mentaal proces is. Fotonen komen binnen via het reticulum. In honderden miljoenen jaren is dat reticulum vergroot, verfijnd, geoptimaliseerd. Hierdoor ontstond, samen met het evolutionair ontwikkelde, indrukwekkende vermogen om beelden, of de essentie daarvan, op te slaan, een historisch beeldarchief, zonder scherpe grenzen van de inhoud. Pas de interpretatie van die fotonen, naast geluid en andere zintuigelijke prikkels levert een denkbeeldig beeld van de werkelijkheid op, zoals de schijngestalten van de maan iets vertellen over het geheel en haar dynamiek. Geweldig dat dat kan. Het is als gevolg hiervan een universeel en nooit eindigend spel de betekenis achter het waarneembare te doorgronden. In de discussies met de conservatoren over etnografica kreeg dit dynamische proces een bijzondere diepgang.

Bovendien was ik in de positie om van dichtbij het begrip culturele diversiteit te ervaren. In deze tijd werd ik lid van ICOM en via dit lidmaatschap werd ik geconfronteerd met het denken over culturele diversiteit. In 2001 verscheen de Universele Verklaring van het recht op Culture Diversiteit.(Unesco, 2001). Het leek een uitstekend document om na te denken over een herpositionering van het Museum voor Volkenkunde. Ik werd direct en indirect geconfronteerd met het wereldwijde bestaan van duizenden culturen. Deze ervaring zou de trigger worden, die mijn denken over kunst onomkeerbare impulsen gaf. Ik nam mij in die tijd ook voor om nooit commercieel als kunstenaar te werken. Als iets de essentie van dingen wel verblindt is het economische waarde. In het bijzonder was ik betrokken bij het onder de aandacht brengen van contextuele informatie bij deelcollecties van het RMV. Daar werden tot 2006 door de conservatoren 21 publicaties over gemaakt ( zie www.rmv.nl , E-publicaties). Opnieuw, net als in mijn vorige baan, was het werk sterk internationaal getint, met veel samenwerking tussen internationale topmusea, ministeries voor Cultuur, ambassades, universiteiten en academies.

De vijfde schok was het einde van mijn contract bij het RMV. Ik kwam binnen zogezegd als opvolger van Prof. Dr. L. Leertouwer, voormalig rector magnificus van de Rijksuniversiteit Leiden. Hij was twee jaar interim-manager geweest en hoofd van de conservatoren. Er waren grote problemen geweest binne het RMV, met name tussen directie en conservatoren. Aan mij was de taak om een en ander te stabiliseren. Onder mijn leiding - wat heet, de conservatoren kregen weer plezier in hun werk wat ze heus wel zelf konden – ontwikkelde de sector zich voorspoedig en kwamen leuke internationale projecten op gang. Ik werkte met plezier samen met Ken Vos, Pieter ter Keurs, Graham Scott, Nandana Chutiwongs, en vele anderen aan de voorbereiding van internationale projecten als het "Virtual Museum of 5000 masterpieces", gefinancierd door de Asea-Europe Foundation, met topmusea uit de hele wereld als British Museum, Qai Branley Parijs, Asian Civilisations Singapore, National Museum of China in Shanghai, National Museum of Indonesia,, de voorbereiding van de viering van de 60-jarige onafhankelijkheid van Indonesie, met daaraan gekoppeld een expositie in de Nieuwe kerk in Amsterdam en in Jakarta. Het was een groep gepassioneerde onderzoekers, academici, hoogleraren, doctoren, promovendi, en een nooit stagnerende rij stagiaires uit verschillende landen, op zichzelf een manifestatie van culturele diversiteit. Maar na enkele jaren ontstonden nieuwe spanningen langs oude breuklijnen in de organisatie, tussen directie en conservatoren. Ik zat dus op de plaats van kop van jut en vertrok na een diepgaand conflict met de directie, een jaar eerder dan gepland. De conservatoren waren solidair en zegden het vertrouwen in de directie op. Plotseling lag de weg open om mij, intussen op de respectabele leeftijd gekomen waar anderen zich bezinnen over een naderend afscheid van het actieve leven, te bezinnen op de toekomst. Nu noem ik mezelf voor het gemak kunstenaar, maar tegelijkertijd moet ik bekennen dat het leven zelf een kunst is. Ik hoop nog dertig jaar te gaan. Kunstenaar is één woord, uitleggen waar je mee bezig bent, zeker als je het zelf nog moet uitzoeken, is tijdrovend. Een poging om dit te vertellen bij omroep Nuth vind je hier.

Na enkele jaren verzeild te zijn in de kunstwereld drong zich een belangrijke vraag op. Ik maakte objecten, raakte bedreven in het verbeelden en vervaardigen van objecten, steeds abstracter. Maar de vraag waarom ik dit deed en meer nog waarom ik dit kon, werd steeds nijpender. In 2007 besloot ik tot een drastische koerswijziging. Ik trok me terug - min of meer - en besloot een onderzoek te gaan doen naar de samenhang tussen het verschijnsel tijd, de oorsprong van creativiteit en de werking van het onderbewuste. Deze zaken lijken voor de buitenstaander minder samenhangend dan voor mij, wellicht. Ik had al ruim tien jaar nagedacht over dimensies, tijd, chaos. Er ook veel aandacht aan gegeven in mijn installaties. Maar het bevredigde niet. Ik bedacht dat een onderzoek op het grensvlak van het onderbewuste misschien soelaas zou bieden. Op 15 juli 2007 pakte ik een nachtboek en twee jaar lang rapporteerde ik nauwgezet mijn dromen, maakte er notities bij ( die ik streng gescheiden hield van de droombeschrijvingen, maakte honderden droomtekeningen en foto's van relevante voorwerpen die mijn dromen inspireerden. Ik wist niets van het onderbewuste of dromen. Daarom werd ik lid van de Association for the Scientific Study of Consciousness (ASSC), woonde de conferenties in Taipei in Taiwan en in Berlijn bij in 2008 en 2009. Aansluitend volgde het lidmaatschap in 2007 van de International Association for the Study of Dreams (IASD) en de Vereniging voor de Studie van Dromen. In 2009 gaf ik mijn eerste lezing in Chicago. De lezing werk ik uit tot een artikel. De lezing werd goed ontvangen. Enkele maanden later werd ik gevraagd om op te treden als Conference Manager voor het IASD congres 2011 in Nederland. Ik huurde Conferentiecentrum Rolduc af, enigszins tot verbazing van sommige Amsterdammers, en organiseerde met een team van vrijwilligers het congres (zie www.asdreams.org) Helaas overleed mijn goede vriend Rob Hollink, die de logistiek zou doen, bij de start van het project. Zijn dochter Yamuna nam zijn klus over. We werkten met een divers team, Bart Koet, Barbara Roukema, Marja Moors,  Suzanne Wiltink, Harry de Bont, Yamuna Hollink en Annet Visser. Dat congres is zojuist voorbij. Er kwamen meer dan 350 deelnemers uit ruim dertig landen, neurologen, neurochemici, psychiaters, psychologen, historici, religieuzen, therapeuten, kunstenaars, die gezamenlijk konden genieten van 200 lezingen, workshops, een kunsexpositie en een adembenemende sfeer in het voormalige klooster Rolduc. Het was een daverend succes. Intussen leidde een ernstige lekkage in mijn huis tot een totale afbraak van het dakdeel. In plaats van vakantie houden konden we aan de slag in huis. Van het een kwam het ander. Een totale renovatie was het gevolg. Nu is het huis klaar. 2012 belooft een spannend jaar te worden. Paulien Dieteren en ik schreven een voorstel- Mystères de la Meuse - voor het LSO. Het werd uitgekozen en Arno Dieteren en Hans Kockelmans schrijven nu de compositie uit voor het Limburgs Symfonie Orkest.  We werken aan een project HQ (HeadQuarter). HQ is een synthetisch brein waarmee we percepties van werkelijkheid onderzoeken. In 2012 kregen we subsidie van het Huis voor de Kunsten om het te voorzien van een dak. We willen het HQ plaatsen op plaatsen waar percepties van werkelijkheid leidden tot grote botsingen: Het virtuele drielandenpunt in België, in de nabijheid van Eupen, de witte stip in een voetbalstadion, de muur tussen het Katholieke en protestantse kerkhof in Roermond, enzovoorts. Hiermee willen we het wezen van culturele grenzen ter discussie stellen. Daarnaast, als vervolg op Mystères de la Meuse is de Weeffout bezig met een project dat over enkele jaren de culturele grenzen van de Euregio moet overschrijden (website binnenkort Mystere de la Meuse ). Razend spannend allemaal. Ook in 20012 naar China voor een presentatie over dromen op het BIT 3rd neurological  congress, aansluitend naar California voor de IASD. Ook in dit jaar werd het het Oneiron droommuseum opgericht, het kleinste museum van Nederland.

Alles bij elkaar zag het er - behalve de kleintjes - ongeveer als volgt uit ( natuurlijk met het besef dat dit een selectie is uit en chaotisch bestaan) :

2005-2015     Onafhankelijk Kunstenaar/Onderzoeker
1999-2004      Hoofd Conservatoren, Lid Management Team, Rijksmuseum voor Volkenkunde, Leiden
1996-1998      NITG-TNO, Hoofd Organische Geochemie, Senior scientist, Heerlen
1995-2005      Praktiserend kunstenaar (tekenen en schilderen, sculpturen, installaties, coöperaties)
1982-1996      Rijks Geologische Dienst, Min. van EZ
1993-1996      Plaatsvervangend hoofd Wetenschappelijk laboratorium (Haarlem/Heerlen),
1985-1996      Hoofd Laboratorium en Geologisch Museum/ specialist Basin modeling olie en gas, Heerlen
1985-1989      Detachering Nederlandse Steenkolenbank Eygelshoven (part time)
1982-1985      Research specialist Carboonpaleontologie, geologie en koolpetrografie Min. EZ, Heerlen
1977-1982      Stratigraaf/ Paleontoloog Rijks Universiteit Utrecht, Subfaculteit Aardwetenschappen
1974-1978      Docent Paleontologie, Rijks Universiteit Utrecht, Subfaculteit Biologie (part time)
1972-1974      Leraar Aardrijkskunde Aloysius School, Hilversum, Nederland.
1970-1972      Diverse kleine baantjes
1969               Werknemer Metaalindustrie, Reinstahl Hamburg (Duitsland)

Terug


Affiliaties

Period


Function

 

Institution

 

2016 Co-host IASD conference in Rolduc, The Netherlands
2011-2016 Member ISST International Society for the Study of Time
2011 Conference manager IASD conference in Rolduc, the Netherlands
2007-2011 Host Organising series of annual exhibitions "Octomber" 1, 2, 3
2011-2016 Board member International Association for the Study of Dreams (IASD)
2009-2012 Board Vereniging voor de Studie van Dromen (VSD)
2007-2016 Member Vereniging voor de Studie van Dromen  (VSD)
2007-2016 Member International Association for the Study of Dreams (IASD)
2007-2013 Member Association for the Scientific Study of Consciousness (ASSC)
2006-2011 Chair Mede-oprichter van "Stichting de Sokkel" (international)
2004-2013 Secretary Mede-oprichter "Stichting de Weeffout" (international)
2002-2004 co-initiator Shared cultural Heritage, Netherlands Indonesia, 60 years independence
2001-2004 dutch chair European Cultural heritage online (Dutch representative)
2001-2004 co-chair Workgroup “Virtual museum of 5000 European and Asian Masterpieces
2001-2004
member Asian European Museums network ASEMUS
2000 convenor SVCN annual meeting in Leiden (national)
1998-recent director 5-dimensional art research centre (intergalaxy)
1999-2004 member CNWS, Research school of Amerindian African and Asian cultures, Leiden (international, global)
1999-1994 member SVCN Stichting Volkenkundige collectie Nederland, Leiden
1999-1994 head Research division of National Mùseum of Ethnology Leiden(global)
1997 chair Euregio meeting Heerlen (host)
1996-1997 member Organizing Committee European Association of Organic Geochemistry, 18th Int. Meeting Maastricht (international, local host)
1996 chair International Geological Congress Beijing (international)
1995-2004 chair Mede oprichter Stichting Beheer Cultureel Erfgoed Limburg "de Rentmeesters" (regional)
1995-1998 council Int. Comm. Coal and Organic Petrology
1995-1996 president Organizing Committee ICCP-congres in Heerlen (Host)
1990-1995 convenor ICCP convenor working group Basin Modeling (international)
1990-1994 advisor Laboratory Palynology and Paleobotany Foundation (Utrecht), (international)
1990-1992 member AWON Werkgemeenschap Palynologie en Paleobotanie, (national)
1989-2012 memberr Milieugroep Regionaal Stort Westelijke Mijnstreek, Schinnen (regional)
1987-1998 member European Association of Organic Geochemistry (international)
1986-1993 member Petroleum Geologische Kring, The Netherlands (national)
1986-1994 member The Society of Organic Petrology (USA)
1986-1992 advisor European Centre for Coal Specimens SBN (international)
1985-1999 member International Committee of Coal and Organic Petrology (international)
1985-1994 member Paleobotanisch en Palynologisch Genootschap Utrecht (international)
1984-1991 secretary Kon. Ned. Geol. Mijnb. Genootschap, Region Limburg (regional)
1983-1998 member Societé Géologique de Belge (international)
1969-1976 member Utrechtse Geologenvereniging

Terug

Publicaties

Publicaties en openbare rapporten

74 Simone Rieger, Maurice Godelier, Helena Meininger, Jean Maroldt, Willem
Fermont, Cornelia Kleinitz, Michael Rowlands, Lucy Norris, 2003. European Cultural Heritage Online.ECHO. EU Contract nº: HPSE/2002/00137,Project nº: SERD/2002/00269
D6.2 Report on the Presentation of the hypermedia form prototype for non-European cultural heritage

73 W.J.J. Fermont, 2003.
Historische reconstructie van een graftsysteem bij de Geleenbeek in Heerlen", Nuth, november 2003 Rapport nr 2003-11-a.

72 Willem Femont, 2002
IIAS Newsletter 27. Asia-Europe Market Place of Museums. Sharing Cultural Heritage. 1 pp.

71 Willem Fermont & Graeme Scott, 2002
Asia-Europe Marketplace of Museums. Sharing Cultural Heritage. Leiden, 103 pp.

70 In: Lokhorst, A., ed, 1998. The NW European Gas Atlas. Composition and isotope ratios of Natural gases. Compilation of Geochemical data. ISBN 90-72869-60-5 (Also on CD-ROM).

69 Lokhorst, A., and coworkers, 1997.
Atlas on the composition and stable isotopes of gases in NW Europe. EC-project nr. JOU2-CT93-0295.

68 Cook, A.C., P. David, A. Davis, A.M. Depers, W.J.J. Fermont & R. Kutzner (1997). An international Accreditation Programme for maceral and vitrinite random reflectance analyses. In, Spanning the Energy Gap. 7th. New Zealand Coal Conference, 15-17 October 1997, Parkroyal Hotel, Wellington. Proceedings Volume 2. Coal Research Limited, Lower Hutt, New Zealand, p.466-477.

67 Willem Fermont, Harrie Bakker en Bert Roos, 1997. Herevaluatie Maastricht Aachen Airport. De Rentmeesters, Nuth, 1997.

66 In: TNO-NITG: Geological Atlas of the subsurface of the Netherlands Map sheet X. 1998. David, P., Fermont, W.J.J., Jegers, L. and Milder, H. Chapter 12.4. Geochemical evaluation and burial history., p.113-119.

65 Fermont, Willem, David, Petra and Bosch Aleid, 1997.
Background values of polycyclic Aromatic Hydrocarbons in organogenic sediments. Organic Geochemistry. Abstr. 18th Int. Meet. Maastricht, p.897-898.

64 Pradier, B., Lafont, F., Boutet, C., Nicolas, G., Fermont, W. Veld, H., Champanet, J.M.. 1997.
Well log characteristics, sedimentology and source rock potential of the Upper Carboniferous (Westphalian) onshore The Netherlands. Organic Geochemistry. Abstr. 18th Int. Meet. Maastricht, p.829-830.

63 Gerling, P. Fermont, W., Kotarba, M., Laier, T., Nicholson, R.A, 1997.
Atlas of natural gas qualities in North West European Reservoirs. Organic Geochemistry. Abstr. 18th Int. Meet. Maastricht, p.815-816.

62 Veld, H., Fermont, W.J.J., Kerp, J.H.F., and Visscher, H., 1996.
Geothermal History of the Carboniferous in South Limburg. In: Rondeel, H.E., Batjes, D.A. and Nieuwenhuis, W.H., (eds.). Geology of oil and gas under the Netherlands.Kluwer, the Netherlands, p.31-43.

61 Fermont, Willem, 1996
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen in veenprofielen. In: Lexmond, M.J. (Red.) Nationaal Symposium Bodemonderzoek “Bodem Breed 1996”. p. 95. ISBN 90-73270-17-0.

60 David, Petra, Fermont, Willem, and Verhelst, Frederic, 1996
Density estimation of in situ coal constituents by a combined study of 3D-Computer Tomography and 2D-Colour Image Analysis. Zbl. Geol. Palaont. Teil I, H. 11/12, p.1-5.

59 Fermont, W.J.J., David, P., Jongerius, P., and Veld, H., 1996.
Hydrocarbon Generation from Carboniferous Coals in The Netherlands. 30 Int. Geol Congres, Beijing,( China) Abstracts. vol 3, p.885, nr 8474.

58 Fermont, W.J.J., David, P., Jongerius, P., and Veld, H., 1996.
Hydrocarbon Generation from Carboniferous Coals in The Netherlands. ICCP-News, (14), p.13-14.

57 David, Petra, Fermont, Willem, and Verhelst, Frederic, 1996
Density estimation of in situ coal constituents by a combined study of 3D-Computer Tomography and 2D-Colour Image Analysis.ICCP-NEWS, (14), p.12-13.

56 Veld, H., Fermont, W.J.J., David, P., Pagnier, H.J.M. and Visscher, H. 1996.
Environmental influence on maturity parameters in Carboniferous Coals of The Netherlands. Int. J. Coal Geology, (30) 37-64.

55 Fermont, W.J.J., David, P., Jegers, L.F., and Milder, H., 1995.
Geologische Atlas van de Diepe Ondergrond van Nederland.Toelichting bij kaartblad III, Rottumeroog- Groningen. Geochemische evaluatie en begravingsgeschiedenis, p. 92-98.

54 Fermont, W.J.J., Jegers, L.F., Dusar, M.,1995.
Coal Bed Methane genesis in well Peer, Belgium. Abstr. nr 69. XIII Int. Cong. Carb. - Permian, 36 . Krakow, Poland, 1995. Polish Geological Institute.

53 P. David, S. Helsen, & W.J.J. Fermont, 1995.
Application of Colour Image analysis in Conodont Alteration Studies. Abstr. nr. 53, XIII Int. Cong. Carb. - Permian, 28. Krakow, Poland, 1995. Polish Geological Institute.

52 Verhelst, F., David. P., Fermont, W., Jegers. L.,Vervoort, A. 1995.
Correlation of 3D-computerized tomographic scans and 2D-Colour Image Analysis of Westphalian coal by means of multivariate statistics. Int. Journ. Coal Geology, 29, 1-21.

51 S. Helsen, P. David & W.J.J. Fermont, 1995.
Conodont alteration by means of Colour Image analysis. Journ. Geology., 103, p.257-67.

50 H. Veld, J.W. de Leeuw, J.S. Sinninghe Damsté & W.J.J. Fermont,1994.
Molecular characterization of vitrinite maturation as revealed by flash pyrolisis methods. In: Mukhopadhyay, K. & Dow, W.G. (eds).,Vitrinite Reflectance as a maturity parameter. Applications and Limitations. Am. Chem. Soc. Symposium Series 570, 1994 p. 149-160.

49 H. Veld, N.N.M. Jansen, W.J.J. Fermont, and H.J.M. Pagnier, 1993.
Coal facies interpretations and vitrinite reflectance variations in carboniferous coals from well Limbricht-1,1a, The Netherlands. Comtes Rendus XII Int. Conf. Carb.-Permian, 1991, 1, 267-278, Buenos Aires, Argentina.

48 Veld, H., Fermont, W.J.J., Jegers, L.F. & Kerp, J.H.F., 1993.
Geothermal history of the Carboniferous in South Limburg, The Netherlands (abstr.). Am. Ass. Petroleum Geology, Bull., 77 (9), 1673-1674.

47 Fermont Willem J. J. 1993.
Quantitative gas-generation of high rank vitrinite concentrates (abstr.). Am. Ass. Petroleum Geology, Bull., 77 (9), 1622.

46 W.J.J. Fermont, A.M.H. van der Veen, K.A. Nater, Joziasse. J, 1993.
Analytical procedures for the large scale preparation of maceral concentrates. Fuel Processing Technology, 36. 1993, 41-46, Elseviers, Amsterdam.

45 W.J.J. Fermont, A.M.H. van der Veen, K.A. Nater, Joziasse. J.,1993.
Chemical and petrological characterization of representative samples of vitrinite and exinite concentrates. Fuel processing Technology, 36. 1993, 33-39, Elseviers, Amsterdam.

44 Petra David and Willem J.J. Fermont, 1993.
Determination of coal maceral composition by means of Colour Image Analysis. Fuel Processing Technology, 36. 1993, 9-15, Elseviers, Amsterdam.

43 Püttmann, W., Bechtel, A. Speczik, S. and Fermont, W.J.J.,1993.
Combined application of various geochemical methods on Kupferschiefer of the North-Sudetic Syncline, SW Poland: Evidence for post-depositional accumulation of copper and silver. In: Current research in Geology applied to ore deposits. P. Fenolll Hach-Ali, J. Torrez-Ruiz, F.Gervilla, (eds.). Granada, Spain (ISBN 84-338-1772-8). p. 213-216.

42 Petra David and Willem J.J. Fermont, 1993.
Application of Colour Image Analyses in Coal Petrology. Organic Geochemistry, 20, (6), p. 747-758.

41 Harry Veld, Willem J. J. Fermont and Leo. F. Jegers, 1993.
Organic petrological characterization of Westphalian coals from The Netherlands: Correlation between Tmax, vitrinite reflectance and hydrogen index. Organic geochemistry, 20, 6, p. 659-675.

40 H.Veld en W. Fermont, 1993.
Steenkool onder de microscoop. NWO Onderzoek Berichten, 7, p.7. ISSN 0928-6640.

39 Fermont, W.J.J. & J. Joziasse, K.A. Nater, A.M.H. van der Veen, 1992.
Afscheiden van Maceraalgroepen uit steenkool op kilogramschaal. (Separation of maceral groups from coal on kilogramscale). Final Report. Commission European Communities. Non-Nuclear Energy R&D Programme, Contract nr EN3F-0039-NL (GDF). ISBN 90-800814-3-4. Vol. 1, p. 1-77. Vol. 2, appendix 1, 2, 3.

38 Petra David and Willem J.J. Fermont, 1992.
Advances in Colour Image Analyses of Organic Matter (abstr.). 9th Ann. Meeting Soc. Org. Petrology. Penn State College, Pennsylvania, USA., ISSN 1060-7250, 19.

37 Harry Veld, Willem, J.J. Fermont, and Leo. F. Jegers, 1992.
Correlations between Tmax and vitrinite reflectance. Implications for geological reconstructions (abstr.). 9th Ann. Meeting Soc. Org. Petrology. Penn State College, Pennsylvania, USA., ISSN 1060-7250, 67-68.

36 Veld, H., Janssen, N.N.M., Fermont, W.J.J. & Pagnier, H.J.M., 1991.
Environmental influence on vitrinite reflection in carboniferous coals and shales. XII Int. Conf. Carb.-Permian. Buenos Aires. Abstracts, p.83.

35 Püttmann, W., Fermont, W.J.J. & Speczik, S., 1991.
The possible role of organic matter in transport and accumulation of metals exemplified at the Permian Kupferschiefer formation. Ore Geology Reviews, 6, p. 563-579.

34 Tang Dazhen, 1991.
The studies of coal metamorphic regularity, Coal structural evolution and humic type Gas generation in the Hedong Coal Field, China. Thesis (Copromotor dr. W.J.J. Fermont), Thesis, 160 pp. China University of Geosciences.

33 Tang Dazhen, Yang Qi, Willem Fermont, Pan Zhigui, Wang Benshan & Zhang Lijie, 1991.
CP/MAS C-13 NMR-studies of the Late Paleozoic Coals from Northern China:Shíyóu Yu Tianrán-qì Dìzhì (= Oil & Gas Geology), 12-2, p. 177-184.

32 Veld, H., Fermont, W.J.J., de Leeuw, J. W. & Sinninghe Damsté, J., 1991.
The effects of early diagenetic bacterial sulphate reduction upon the petrology and chemistry of coal. In: 1991 International Conference on Coal Science - proceedings. Newcastle upon Tyne (UK), 1991, Butterworth-Heinemann, p.143-146.

31 Tang Dazhen, Fermont, W.J.J. Pan Zhigui, Püttmann, W. & Yang Qi, 1991.
Extraction yields and GC/MS characteristics of extracts from high rank coals and anthracites. In: 1991 International Conference on Coal Science - proceedings. Newcastle upon Tyne (UK), 1991, Butterworth-Heinemann, p.52-55.

30 Fermont, W.J.J., Jegers, L.F., Joziasse. J & Nater, K.A., 1991.
Vitrinite concentrates from a series of high volatile bituminous coals and anthracites. In: 1991 International Conference on Coal Science - proceedings. Newcastle upon Tyne (UK), 1991, utterworth-Heinemann, p.158-161.

29 Püttmann, W. & Fermont, W.J.J. 1990.
Post-depositional accumulation of metals in the Permian Kupferschiefer by thermochemical sulphate eduction - evidence from organic geochemical investigations. In: 13th Int. sed. Congress; abstracts, p. 42. Nottingham, UK.

28 Leinders, J.J.M. et al.,1990.
Geologie rondom plaattektoniek. Cursus boek Geologie. vol. 1,2,3,4. ISBN 90-358 0525 9 (series). Open Universiteit Heerlen, 1990 (W.J.J. Fermont co-auteur).

27 Fermont, W.J.J., van de Laar, J.G.M. and Veld, H. 1990.
Maturity indicators in the Westphalian Key well Kemperkoul-1. Ann. Soc. Geol. Belge, 113-2, 130-131 (abstr.).

26 Fermont, W.J.J., van de Laar, H.G.M. & Veld, H., 1990.
Maturity parameters of Key well Kemperkoul-1, South Limburg. In: Fermont, W.J.J. & Weegink, J.W, 1990 (eds.): Proceedings Int. Symposium Organic Petrology, Zeist, The Netherlands. Mededelingen Rijks Geologische Dienst. vol. 45, p.172 (abs).

25 Fermont, W.J.J. & Smit, R., 1990.
Maturity evaluation of the northwestern part of The Netherlands. In: Fermont, W.J.J. & Weegink, J.W, 1990 (eds.): Proceedings Int. Symposium Organic Petrology, Zeist, The Netherlands (abs). Mededelingen Rijks Geologische Dienst, vol. 45, p.172-173.

24 Veld, H. & Fermont, W.J.J., 1990.
The effect of a marine transgression on vitrinite reflectance values. In: Fermont, W.J.J. & Weegink, J.W, 1990 (eds.): Proceedings Int. Symposium Organic Petrology, Zeist, The Netherlands. Mededelingen Rijks Geologische dienst. vol. 45, p.151-169.

23 Tang Dazhen and Willem J.J. Fermont, 1990.
Hydrocarbon prospectivity of the Permocarboniferous coal measures in the Hedong Coalfield, China. In: Fermont, W.J.J. & Weegink, J.W, 1990 (eds.): Proceedings Int. Symposium Organic Petrology, Zeist, The Netherlands. Mededelingen Rijks Geol. Dienst. vol. 45, p. 121-138.

22 Fermont, W.J.J. & Weegink J.W.(eds.), 1990.
International Symposium on Organic Petrology, Zeist 1990, The Netherlands. Proceedings. Meded. Rijks Geol. Dienst, vol. 45., 186 pp.

21 Laar, J.G.M. van de, & Fermont, W.J.J. 1990.
The impact of marine transgressions on palynofacies; the Aegir marine band in borehole Kemperkoul-1. In: Fermont, W.J.J. & Weegink, J.W, 1990 (eds.): Proceedings Int. Symposium Organic Petrology, Zeist, The Netherlands. Mededelingen Rijks Geol. Dienst. vol. 45, p.75-89.

20 Laar, J.G.M. van de, and Fermont, W.J.J., 1990.
Westphalian palynology of The Netherlands based on six continuously cored boreholes.In: Proc 7th Int. Palyn. Congr. Review of Palaeobotany and Palynology, 65, p.275-285.

19 Fermont, W.J.J. & Tang Dazhen, 1990.
Een reconstructie van de inkolingsgeschiedenis en de koolwaterstofgeneratie van het Hedong Coalfield, NE China. Jaarverslag 1989, Rijks Geologische Dienst, p.58-62.

18 Fermont, W.J.J., 1990.
Seam Development and vitrinite reflectance. Ann. Soc. Géol. Belge, 112-1, p.256 (abstr. 1989).

17 Fermont, W.J.J., Chermin, H.A.G., Joziasse, J. & Nater, K.A., 1989.
The concentration of coal macerals on kilogram scale from three Carboniferous hardcoals. Proc. Int. Conf. Coal Science, 1989, Tokyo, Japan, p.113-116.

16 Fermont, W.J.J. & Joziasse, J., 1989.
Maceral group separation from coal; Description of the analytical procedure. European Centre for Coal Specimens, Newsl., 3 pp. march, 1989.

15 Laar, J.G.M. van de , and Fermont, W.J.J.,1989.
Onshore Carboniferous palynology of The Netherlands. Meded. Rijks Geol. Dienst.vol.43-1, p.35-73.

14 Fermont, W.J.J. and Joziasse, J., 1989.
Maceral group separation from Coal. European Centre for Coal Specimens, SBN, Newsletters,march, 3pp.

13 Fermont, W.J.J., 1988.
Possible causes of abnormal vitrinite reflectance values in paralic deposits of the Carboniferous in the Achterhoek area, The Netherlands. Organic Geochemistry, 12 (4),pp. 401-411. B

12 Beijer, H. and Fermont, W.J.J., 1987.
The Geological Bureau for the Mining District, The Geological Foundation and the Geological Survey of the Netherlands. In: Visser, W.A., Zonneveld, J.I.S. and van Loon, (eds.), Seventy-five years of geology and mining in the Netherlands. p. 51-62.

11 Fermont, W.J.J. and Assink, J.W., 1987.
Maceral group separation from Coal. The mechanism of comminution by ammonia. European Centre for Coal Specimens SBN, Newsletter okt. 1987, p.1-4.

10 Fermont, W.J.J., 1986.
Variations in vitrinite reflectance and their relation to the sedimentary development of the Upper Carboniferous Coal Measures in the wells Hengevelde-1 and Joppe-1 (The Netherlands). Soc. Org. Petrology. Proceedings 3d annual meeting, Lexington (KY), Abstracts, p. 20-24.

9 Fermont, W.J.J. and Van de Laar, J.G.M., 1985.
Investigations of the Upper Carboniferous of the Netherlands. Abstr. Meuse Rhine Euregion Geologist Meeting, Liege. In: Ann. Soc. Géol. Belge, 108, p.413-414.

8 Fermont,W.J.J. en van der Meulen, A, 1984.
Exploratie naar steenkool in Nederland, 1981-1985: een tussenstand. Energiespectrum,8, (7/8), p.146-156.

7 Troelstra, S.R. and Fermont, W.J.J., 1984.
Early Miocene Larger Foraminifera in a turbidite layer from core 80PC02 (Cruiser Hyeres Seamount Group, Eastern North Atlantic). Mededelingen Rijks Geologische Dienst, 38-2, p.63-65.

6 Fermont, W.J.J. and Troelstra, S.R., 1983.
Early Miocene Larger Forminifera from the Cruiser Hyeres Seamount Complex (Eastern North Atlantic). Proc. Kon. Ned. Akad. Wetenschappen, B,86, p. 243-253.

5 Fermont, W.J.J., Kreulen, R. and van der Zwaan, G.J.,1983.
Morphology and stable isotopes as indicators of productivity and feeding patterns in Recent Operculina ammonoides (Gronovius). Journal of Foraminiferal Research, 13-2, p.122-128.

4 Fermont, W.J.J., 1982.
Discocyclinidae from Ein Avedat (Israel). Utrecht Micropal. Bulletins, 27, pp. 1-173.

3 Fermont, W.J.J., 1977.
Depth gradients in internal parameters of Heterostegina in the Gulf of Elat. Utrecht Micropal. Bulletins, 15, p. 149-163.

2 Fermont, W.J.J., 1977.
Biometrical investigation of the genus Operculina in Recent sediments of the Gulf of Elat. Utrecht Micropal. Bulletins, 15, p. 111-147.

1 Reiss, Z., S. Leutenegger, L. Hottinger, W.J.J. Fermont, J.E. Meulenkamp, E. Thomas, H.J. Hansen, B.Buchardt, A.R. Larsen and C.W.Drooger, 1977.
Depth relations in larger foraminifera in the Gulf of Aqaba-Elat. Utrecht Micropal. Bulletins, 15, 244 pp.

 

Begeleiding promotieonderzoeken


1 Tang Dazhen, 1991. The studies of coal metamorphic regularity, China University of Geosciences.Promotor Prof. Dr. Yang Qi, co-promotor: Dr. W. J.J. Fermont.

2 Petra David, 1994. Organisch-petrologische und geochemische Charakterisierung von Schwarzschiefern. RWTH Aachen. 300 pp. Promotor Prof. dr. M. Wolf. Externe adviseur dr. W.J.J. Fermont.

3.Harrie Veld, 1995. Organic Petrology of the Westphalian of The Netherlands. Deviations in vitrinite reflectance trends. 190 pp. Promotor Prof. dr. H. Visscher. Co-promotor dr. W.J.J. Fermont.
Op het RMV 1999 - 2004: Onderzoeksafdeling met diverse interne en externe promotie-onderzoeken

Terug

Exposities en Manifestaties

Voor informatie en links ga naar Agenda

 

Terug

Mijn mening over kunst

Een mening over kunst


Bij de nederlandse kunstsite Artolive (www.artolive.com) stonden op 26 januari 2006 3497 kunstenaars geregistreerd, waaronder ikzelf, die allemaal vertellen waar ze mee bezig zijn. Op 1 november 2009 is mijn naam verwijderd van ArtOlive omdat ik niet professioneel genoeg ben. Ik kreeg er nog een briefje van. Als ik professioneel kunstenaar word, mag ik terugkomen. Aan m'n Hoela. Ik ben onderzoeker, zwerver. Op Artolive stonden op 1 november nog maar 3041 kunstenaars. Geen Fermont. De rest allemaal professioneel. Ik lig niet wakker van de gemiddelde omzet van professionele kunstenaars.

Op de Amerikaanse site AskArt (www.askart.com) stonden op 26 januari 2006 volgens hun eigen telling ca. 42.000 kunstenaars geregistreerd, hetgeen niet klopt. Onder de A stonden er 1395, onder B 4035, onder C 2940 enzovoorts. In totaal 38.294 kunstenaars waarvan 6 met een X en 57 met een Q. Als je achternaam begint met een X of Q ben je sneller beroemd dan met een B of een S. De F zit precies in de middelmaat, maar een kunstenaar Fermont vind je sporadisch, bijvoorbeeld C-Drik Fermont uit België. Op 1 november 2009 is dit aantal bij Askart op wonderlijke wijze gegroeid tot 178.374. Geen enkele Fermont. Op 21 september 2011 is het aantal op raadselachtige wijze weer gekrompen tot 167.223 kunstenaars. Wellicht zijn de niet-professionelen waar niets aan verdiend kan worden, verwijderd. Echter op 25 oktober is het aantal kunstenaars weer gegroeid tot meer dan 300.000!!!

Er staat veel informatie in over kunstenaars maar niet voldoende. Natalia Ivanovna Zaruba (1915 - ) uit de Russische Federatie schilderde "A stroll by the River (olie). Pas met Google (266 hits) kom ik er achter dat ze in 1915 geboren is. Kennis is macht.Via Christies vind ik aanvullend op Google: " In 1935 she graduated from the Lugansk Art School and then the Kiev Art Academy in 1946. She has been a Member of the Union of Artists since 1946) . Ik vond haar omdat ik de laatste schilder in de www.askart.com (z***) zocht, maar dat was zij niet. Ik vergiste me. Ik zocht, een beetje onoplettend, niet onder de voor de hand liggende laatste letters in het alfabet Zuc-Zywy waar Aleksander Zyw (UK, 1905-1995) de alfabetische hekkensluiter was maar onder Zaa-Zar. Ze stond twee plaatsen onder de op dat moment als laatst geklasseerde kunstenaar, maar ik vond haar naam mooier. Ik droomde dat ik haar ontmoette, een knappe uitdagende vrouw, die, toen ik haar in 1939 tegenkwam tijdens de lente in Siberië, waarheen ze helaas verbannen was vanwege controversiële, antistalinistische olieschilderijen, me smeekte om door een knappe man naar een andere man, plaats en tijd te worden ontvoerd. In mijn droom zocht ik wanhopig naar zo iemand zonder op het idee te komen dat ze mij zou bedoelen. "Waar is die held? " riep ik, dolend door een oude, vervallen en geheel met koolzaad overwoekerde steenfabriek, waarvan de zwartgeblakerde, kromgetrokken schoorsteen op instorten stond. Ze geurde naar bloeiend koolzaad en ik vond Natalia Zaruba een mooie naam. Ik moet me bedwingen om niet het hele leven van deze vrouw, te doorwroeten. Levenslang. Als de velden, zoals nu in september, citroengeel kleuren van het koolzaad waan ik me in Siberië en vervul de rol van reddende engel met verve. Zucht!

Deze informatie lijkt niet relevant voor een curriculum. Men beweert dat een curriculum een feitelijke weergave hoort te zijn van wapenfeiten, gebeurtenissen en activiteiten uit het verleden. Het is een bewering die enige kanttekening behoeft. De term Curriculum vitae is afgeleid van het Latijnse currere (stromen) en vita (leven). Levensstroom dus. Maar een stroom loopt nooit van vast punt naar vast punt. Een stroom graaft zichzelf, wijkt voor barrières, dondert langs cascades naar beneden, vormt ondiepe meanders in vlakke gebieden, versmalt in hardnekkige canyons, verdampt onderweg en wordt weer aangevuld door talloze zijstromen. Ze heeft geen echt begin. Het inzijgend grondwater komt op raadselachtige wijze van alle kanten uit ondoorgrondelijke capillairen. Uiteindelijk verliest elke rivier haar identiteit als eindeloos verdunde oplossing in de grote zee. Kortom, een rivier leeft als alle leven. Het is dus gerechtvaardigd niet alleen de zogenaamd belangrijke ijkpunten van een levensloop weer te geven, maar ook het levensproces als zodanig. En dan verandert een Curriculum noodzakelijk, is geen knieval meer voor een verlangen om ergens te komen, maar een feitelijke weergave van een ongrijpbaar, grotendeels chaotisch bestaan, een tijdloos proces, dat we proberen te vangen.

Het bovenstaande voorbeeld van mijn lieve Natalia is daarom helaas op zijn plaats als heldere illustratie van een serendipiteit, een stroom die bepaald wordt door toeval en veel belangrijker dan de ijkpunten vermeld in andere delen van dit CV, met als gevolg minder uitzicht op een volgende, wel omlijnde fase in een leven).

Veel mensen op kunstsites leggen uit waarom ze kunst “bedrijven”. Althans de levende. De vroegere generaties deden daar misschien niet of minder aan. Tegenwoordig moet dat kennelijk. Iedereen maakt een visie, liefst zeer relevant en in zes regels. In vrijwel elk land zijn organisaties met duizenden of tienduizenden leden met allemaal een eigen visie. Er bestaan wereldwijd wel vijf miljoen professionele visies over kunst, schat ik. Afgezien nog van het taalprobleem is het fysiek onmogelijk ze allemaal te kennen. De veronderstelling dat elke mening over kunst vast al vele malen ergens ter wereld is geformuleerd is een artistieke maar wijdopen kerkdeur. Op nog een mening over kunst staat niemand te wachten.

Maar vooruit, als het dan toch moet:

"Kunstwerken zijn vervellingen van de geest. Zij fixeren de toestand waarin het denken van de kunstenaar zich op zeker moment bevond". Deze vervellingen worden slechts toegankelijk als ze op rij gelegd worden, een reeks vallende schaduwen. Ze onthullen slechtseen vlakke contour van de roerselen van de voortsnellende, hopeloos zoekende, voortdurend zich vergissende, zich nooit kunstenaar noemende, liefst vrolijke kunstenaar, die het verleden omarmt."

Een kunstwerk op waarde schatten( ????) is de ultieme vorm van arrogantie. Kunstwerken zijn monumenten van vervlogen toestanden, die als het ware tijd laten ontstaan doordat ze aantoonbaar uit het verschillende verledens stammen. Waarbij ik de kanttekening maak dat tijd niet bestaat, maar zelf een kunstwerk van de geest is. Een kunstwerk heeft slechts betekenis in het licht van zijn wording. Zonder voorafgaande geschiedenis of kennis daarvan is een kunstwerk zonder enige betekenis. De mode om van een kunstwerk zelf iets te vinden, een eigen interpretatie te geven zonder noodzakelijke achtergrond informatie is de ultieme vorm van luiheid, en oppervlakkigheid en banalisering van de drijfveren van de maker.

Verbeelding van elke werkelijkheid is een subjectief gebeuren, dat plaats vindt in het hoofd van ieder mens, ieder organisme, ja elk molecuul. Zelfs een elektron weet precies hoe het zich moet gedragen in wisselende omstandigheden en moet dus een beeld vormen van de omringende wereld. Kon het dat niet, het zou rechtuit vliegen, botsen, knallen en chaos veroorzaken. De affectie tussen een man en een vrouw is van dezelfde onvoorwaardelijkheid als tussen een proton en een elektron.

Het enige verschil tussen een menselijk brein en een elektron is dat tijdens de evolutie het vermogen om feitelijkheden uit de omringende wereld op te slaan en te verwerken, ontzagwekkend is toegenomen. Een kunstenaar maakt daar handig gebruik van door op grond van onbegrepen of in elk geval maar gedeeltelijk begrepen feiten, zich een wereldbeeld te vormen. Dat is een dynamisch proces, tot de dood er op volgt. Als kunst al iets is dan is het: "Het onderweg zijn zelf".

En, let wel, dit is geen exclusief proces voor kunstenaars. Organismen kunnen niet anders.

Tenslotte, ik ben gefascineerd door evolutie en tijd. Ik denk dat de wereld alleen in een overigens ontoegankelijk nu bestaat. Geen reeel verleden, geen reële toekomst. Ons vermogen om te herinneren en te reconstrueren leidt tot voorstellingen van het voorbije leven, of fantasieen daarover. Alles, alles, wat we denken te weten en ervaren over geschiedenis, processen zijn reconstructies die we afleiden uit het. Omdat gebeurtenissen uit het verleden haar sporen nalaat in het nu zijn we in staat om uit het nu geschiedenis te reconstrueren.

Klaprozen

Ik loop door het veld bij Nuth. Nu ben ik daar en pluk. Een dikke bundel klaprozen. Weggegrist uit het nu. Dat alweer verleden tijd is. Behaarde stengels. Behaarde verdikkingen. Prille, lichtgroene knoppen. Wijkende donkergroene schutbladeren. Ontluikende zachtrozerode bloemen met een violette kern. Verwelkte bruine bladeren. Onrijpe geelgroene vruchtbeginsels. Geheimzinnige opengebarsten bruingevlekte zaaddozen.In diaspora verdwijnende, minuscule zwarte zaadjes.

Uit een momentopname reconstrueer ik de geschiedenis van de klaproos. Omdat ik de sleutel ken

Het nu is geschiedenis. In dit geval van de kwetsbare klaproos. Alles getuigt - voor wie het wil zien - van ontstaan, en bloei en ondergang.

Terug