Het Droomproject

homepage

 

Niets verdient minder de classificatie "project" dan dit droomproject, als object voor onderzoek althans. De redenen zijn voor de hand liggend. Voor wetenschappers zijn dromen een tergend probleem, want voor onderzoek om diverse redenen fundamenteel ontoegankelijk. Sokal & Rolff (1995) in hun befaamde boek "Biometry" noemen twee basisvoorwaarden waaraan een wetenschappelijk onderzoek moet voldoen, namelijk accuraatheid en precisie. Accuraatheid wil zeggen: "De afstand tussen de gemeten of berekende waarde en de werkelijke waarde". Precisie wil zeggen: "De afstand tussen verschillende metingen van hetzelfde onderwerp. "Vertaald naar dromen is het logisch dat droomonderzoek slecht scoort onder wetenschappers. Dromen zijn niet herhaalbaar, noch per persoon of tussen groepen personen, wellicht met uitzondering van zwaar traumatisch getinte dromen. De werkelijke droom kunnen we al evenmin achterhalen, omdat het een zeer subjectieve achteraf-interpretatie is. De voortekenen zijn dus ongunstig voor wetenschappelijk droomonderzoek.

Toch had ik redenen om me in dromen te gaan verdiepen. Ik had uit mijn beta-wetenschappelijk verleden net genoeg kennis overgehouden om te weten dat tijd in diverse hoofdwetten van de natuurkunde niet erg noodzakelijk is. De toestandsvergelijking van de tweede hoofdwet van de thermodynamica vergelijkt twee toestanden, maar laat het overgangspad van de ene naar de andere, snel, langzaam, regelmatig of onregelmatig buiten beschouwing. In de vergelijking zelf speelt tijd geen rol. In de elementaire fysica bestaan aanwijzigingen dat tijd en causaliteit, oorzaak en gevolg, niet zo vanzelfsprekend zijn als in de macrowereld. Liever spreekt men daar van wisselwerkingen  en krachtenvelden. Invloeden die objecten op elkaar hebben zijn wederzijds. Een appel valt niet naar de grond vanwege de zwaartekracht. Op hetzelfde moment dat een appel valt, verplaatst de aarde zich verhoudingsgewijs naar boven. Ik begon eerst een herstudie van de meest elementaire wetten van de moderne wiskunde en begreep op zeker moment dat er een diep intuitief verband moest zijn  tussen deze wiskunde en het functioneren van de menselijke geest. Ik keerde terug naar de bronnen van onze moderne wiskunde: De differentiaalvergelijkingen van Leibnitz en Newton. In zijn simpelste vorm vergelijkt een differentiaalvergelijking, zoals de naam al zegt, twee toestanden, door tijd of plaats gescheiden, of beide. Door vernuftige extrapolatie kan men vervolgens de verandering en de richting van de verandering op een zeker moment kwantificeren. Echter, waar het tijd betreft, is voor het opstellen van een differentiaalvergelijking geheugen nodig waarin kennis over een of twee voorbije toestanden is opgeslagen. Daarmee is de aanwezigheid van geheugen een intrinsieke voorwaarde voor het ontrafelen en begrijpen van dynamische processen. Maar als het geheugen onmisbaar is voor de meest basale wiskunde, waar halen we dan ons tijdsbesef vandaan? Wat drijft ons om notie te hebben van een verleden, notie te hebben van toekomst, en bijna te vergeten dat de natuur alleen maar een moment kent. Trouwens, de natuur kent niets, die doet gewoon haar ding. De mensen reconstrueren hoe de natuur, met of zonder mensen, haar gang gaat, al miljarden jaren voordat de mens in beeld kwam. Met die reconstructies doen mensen hun voordeel, meer en meer bewust, net als alle andere organismen. De evolutie heeft misschien wel als belangrijkste drijfveer het vergroten van het geheugen. bewust of onbewust. Ik werd steeds nieuwsgieriger naar het verschijnsel tijd en concludeerde rond 2005 dat tijd een illusie is. Ik werd allengs steeds nieuwsgieriger naar het ontstaan van deze illusie en verbeelding in het algemeen. Ik wilde weten hoe het werkt en besloot op onderzoek uit te gaan. Ik had geen onderzoeksafdeling of dure apparatuur. Dus moest het anders.

In de literatuur kwam ik een naam tegen van een hoogleraar uit  Finland, professor Antti Revonsuo van de Universiteit van Turku. Uit zijn publikaties begreep ik dat hij dromen evolutionair verklaarde vanuit het principe dat angst, een veel voorkomend fenomeen in dromen, de drijfveer was voor veel handelen. Aangezien ik van huis uit paleontoloog ben, en enigszins bekend met evolutietheorie, zij het op dat moment met achterstallig onderhoud. Er bestonden dus evolutionair psychologen. Via Revonsuo kwam ik op het spoor van the Association for the Scientific Study of Consciousness, ASSC. Dat leek me de instelling die me antwoord kon geven op een aantal vragen. Ik vroeg het lidmaatschap aan, kwam door de ballottage en trok welgemoed naar het eerstvolgende congres. ASSC-13 in Taiwan en ASSC-14 in Berlijn. Ik werd bedolven met informatie via honderden lezingen, posters en workshops. Over filosofie, over neurologie over biologie, psychologie.

Ik vernam hoe apen sneller tot tien kunnen tellen dan de beste japanse studenten (video apen), waarbij de vraag rees wat tellen eigenlijk is; dat apen van sneeuwballen gooien houden dat het complexe oog zeker 40 tot 100 keer opnieuw ontstond, de eerste keer bij Cambrische soorten ( bijna 600 miljoen jaar geleden). David Edelman legde uit hoe men tegenwoordig vanuit een evolutionair standpunt het oog bekijkt ( poster Edelman) als middel om via lichtimpulsen een beeld van de omgeving te vormen. Ik hoorde over de filosofische problemen over het onderscheid tussen het ik en de buitenwereld, ik werd me bewust van het probleem van bewustzijn. Ik hoorde dat neurologen bezig waren om microclamps te ontwikkelen (fijne electroden als haren zo dun, om in de hersens te prikken en zo informatie uit duizenden hersencellen tegelijk te halen). Ik had er nog een nachtmerrie van. De vraag werd naar voren gebracht door Jing Zhu of Machines een vrije wil hebben, maar het antwoord kwam niet (poster Jing Zhu). Adembenemend. *

 

Niemand, een keur van specialisten, wist precies wat bewustzijn was op dit of voorgaande congressen, en waarschijnlijk ook niet op volgende congressen .Ik trok op met een Duitse fysicus die hersenprocessen bestudeerde om betere nachtkijkers voor het leger te ontwikkelen. Aan het eind van elke dag stond ik duizelig buiten en liep verbaasd op marktjes rond, constateerde dat de markten volgens dezelfde principes werken: Kleren bij kleren, schoenen bij schoenen, fietsen bij fietsen, radios bij radios. ogenschijnlijk is de wereld begrijpelijk. Bij doorvragen wordt het knap ingewikkeld.